Het is de laatste tijd weer volop in het nieuws, berichten als:

Blog17-3

 

Daaraan gekoppeld volgt vaak gelijk de beschuldigende vinger naar ouders, scholen, overheid of medeweggebruikers als veroorzaker van het probleem en diezelfde vinger wijst dan gelijk ook even de partij aan die voor de oplossing van het probleem moet zorgen.

Zo simpel is het echter niet. Het oplossen van een dergelijk maatschappelijk probleem moet komen uit een samenwerking van alle partijen.

Ik trap natuurlijk een open deur in als ik zeg dat de overheid door middel van een goede ongevalsanalyse in kaart moet brengen wat de oorzaak van een ongeval is. Geen mooie statistieken, maar een persoonlijk gesprek met de betrokkenen. Een rol die de lokale overheid moet kunnen vervullen. En natuurlijk is het ook aan de overheid om de infrastructuur aan te passen wanneer bijvoorbeeld slecht wegdek of een onduidelijke voorrangssituatie de oorzaak is.

Graag trap ik de deur nogmaals in door te stellen dat natuurlijk medeweggebruikers extra voorzichtig moeten zijn wanneer het gaat om de zogenaamde zwakkere verkeersdeelnemer. Vanzelfsprekend rijd je in een schoolzone minder hard, ben je voorbereid op onverwachte bewegingen van (jonge) fietsers en stop je wanneer een voetganger wil oversteken. De rijschoolbranche besteed hier vanzelf ook aandacht aan tijdens de rij-opleiding…. toch?

Dan zijn er nog twee belangrijke partijen over, scholen en ouders. Kunt u zich de discussie over het wel of niet afschaffen van het schoolzwemmen nog herinneren? Ook hierin werd continue de vraag gesteld wie er verantwoordelijk was voor het zwemonderwijs van kinderen. Veel kinderen halen op school hun zwemdiploma-A. Een goed begin, maar lang niet voldoende om een vaardig en veilig zwemmer te zijn. Maar het behalen van dit diploma tijdens schoolzwemmen is vaak wel de motivator om door te gaan voor het B en C diploma.
Zelf ben ik ook in het bezit van alle drie de zwemdiploma’s. Toen mijn zoon geboren was zijn we samen regelmatig naar het ouder-kind zwemmen geweest. Maar wanneer ik mezelf afvraag of ik mijn zoon had kunnen leren zwemmen, dan moet ik bekennen dat ik dit niet had gekund.

Deze realisatie maakt mij “bewust onbekwaam”. Dat wil zeggen:  ik weet dat ik iets niet kan. Had ik nu een opleiding tot zweminstructeur gevolgd, dan had ik mijn zoon wel goed kunnen leren zwemmen, ik was dan “bewust bekwaam” geworden. Ik heb er echter voor gekozen mijn zoon zwemles te laten nemen bij een zwemschool. Inmiddels heeft hij alle diploma’s en heeft zelfs duiklessen gevolgd.
Nu zijn er van die talentjes die iets kunnen zonder dat zij het zich realiseren. Ik heb soms van die hulpouders. Ze zijn zich er niet van bewust, maar ze zijn heel goed in staat lesstof aan leerlingen over te brengen (didactiek). Deze kanjers zijn “onbewust bekwaam”.
Maar er is nog één groep over: onbewust onbekwame ouders. Ouders die niet weten dat ze iets niet weten. En dan wordt het lastig. Hoe kan ik mijn kind leren zwemmen als ik niet eens weet dat zwemmen bestaat?

Maar de krantenartikelen gingen niet over zwemmen, maar over verkeersdeelname en mijn blog over wie de taak heeft leerlingen op te leiden of op te voeden tot veilige en bekwame verkeersdeelnemers.

Zelf heb ik mijn zoon wel eens belerend toegesproken toen hij geen voorrang gaf aan een auto van rechts. Hij reageerde dat hij de auto niet gezien had had. “Onzin” naar mijn mening, tot ik door mijn knieën zakte en op ooghoogte met mijn zoon kwam. Pas toen realiseerde ik me dat hij, doordat hij door zijn lengte niet over een geparkeerde auto kon kijken, de aankomende auto inderdaad niet had kunnen zien aankomen. In één moment ging ik van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. Hierna ben ik mij gaan verdiepen in verkeerseducatie en ben ik verkeersouder geworden op de school van mijn zoon, later heb ik er zelfs mijn beroep van mogen maken en nu mijn eigen onderneming. Dit heeft mij bewust bekwaam gemaakt. Dit kunnen we echter niet van alle ouders verwachten want iedereen heeft zijn eigen interesses en kwaliteiten.

Wanneer ik verkeersles op een school geef, betrek ik de ouders ook zoveel mogelijk bij de lessen. Bij de uitvoering, maar ook door hen te informeren over wat we hebben geoefend. Ouders die voor de les van mening waren dat “leren fietsen” onzin is in groep 6 omdat ze dat dan allang kunnen, komen hier later op terug omdat ze zich bijvoorbeeld niet bewust waren  hoe je veilig langs een obstakel rijdt. Ouders die met de auto wel netjes afremmen voor een zebrapad realiseren zich vaak niet dat het voor een kleuter lastig te zien is of een langzaam uitrijdende auto nu gaat stoppen of niet.
Soms krijg ik ook een klagende ouder omdat ze al dagen niet normaal kan oversteken omdat ik haar kleuter de opdracht heb gegeven op te letten of papa en mama wel goed naar links-rechts-links kijken bij het oversteken.

Een oproep als “ga meer oefenen in het verkeer met je kind” is dan ook een gemakkelijke. Je moet ouders wel de handvatten geven om goed te oefenen. Daarom ben ik altijd dankbaar als een school mij uitnodigt voor het geven van verkeerslessen. Dit geeft mijn namelijk de mogelijkheid niet alleen de leerlingen te trainen als bewustere en veiligere verkeersdeelnemers, maar ook om de ouders te trainen tot bewust bekwame verkeersopvoeders. Natuurlijk hoop ik dat ze daarna volop met hun kind gaan oefenen, want op de achterbank leert uw kind niets!

Dus als er gewezen wordt, dan graag met de duim omhoog. We zullen het samen moeten doen.