Regelmatig krijg ik van ouders de vraag vanaf welke leeftijd een kind zelfstandig aan het verkeer kan deelnemen. Het vervelende is dat ik hier helaas geen antwoord op heb. Veilige en zelfstandige deelname is namelijk niet (alleen) aan leeftijd gebonden maar is afhankelijk van veel meer aspecten, zoals: het karakter van het kind, de verkeerssituaties waarmee het te maken krijgt en vooral van de aandacht die ouders besteed hebben aan veilig verkeersgedrag.

Een kind leert het meeste door te doen. In het verkeer is dit niet anders. Dat betekent overigens niet dat u uw kind maar moet loslaten in het verkeer, maar betrek het bij de te nemen beslissingen. Dit kan al als het kind voor op de fiets in een kinderzitje wordt vervoerd. Leg uit waarom u bij het rode verkeerslicht staat te wachten en wijs op al het verkeer dat wel mag rijden. Van welke kanten komt dit verkeer allemaal? Heeft u terloops ook nog even de kleuren rood, oranje en groep en de begrippen links, rechts, voor en achter de revue laten passeren. Zeg ook bij andere handelingen wat u doet: “ik steek mijn hand uit zodat andere mensen weten waar ik naartoe ga”, “ik kijk achterom zodat ik zeker weet dat er niets aankomt”. Geef ook altijd het goede voorbeeld: rijd zelf nooit door rood, steek uw hand uit als u de hoek om wilt en bel niet terwijl u aan het verkeer deelneemt.

Gaat u oversteken, kijk dan samen met uw kind of het veilig is. In het begin kunt u nog aangeven dat het veilig is, maar geef die verantwoordelijkheid langzaam over aan uw kind. Als uw kind aangeeft of het veilig is of niet, kunt u altijd nog zeggen waarom u het hier niet mee eens bent. Wanneer uw kind het aankan, kunt u het vooruit laten lopen en afspreken dat het op bepaalde plekken op u moet wachten.

Wanneer u uw kind leert fietsen, doe dit dan op een veilige plek en niet in het verkeer. Oefen in het opstappen, recht fietsen, het maken van bochten, het uitsteken van de linker- en rechterhand en veilig tot stilstand komen. Oefen hierbij niet te veel druk uit op uw kind maar houdt het fietsen speels. Kan uw kind – al dan niet op een driewieler of met zijwieltjes – fietsen, geef het dan ook steeds een beetje meer verantwoordelijkheid. Eerst kan het op de stoep fietsen of aan de binnenkant naast u. Gaat dat goed, ga dan achter uw kind fietsen. Als het kind er aan toe is kan het alvast vertrekken en u volgt korte tijd later.

Is uw kind er aan toe om zelfstandig te gaan, maak dan duidelijke afspraken. Spreek bijvoorbeeld een vaste route af. Bedenk hierbij dat de kortste route niet altijd de veiligste route is. Spreek ook af wat het moet doen als bijvoorbeeld de verkeerslichten niet werken en wat te doen wanneer de fiets kapot gaat of het aangesproken wordt door een onbekende.

Wanneer de vaste routes naar bijvoorbeeld school goed verlopen, zit uw taak er nog niet op. Ga ook eens fietsen in een minder bekende omgeving. Geef ook hierbij de verantwoordelijkheid aan uw kind. Weet het wanneer het voorrang moet verlenen, wordt er op tijd richting aangegeven, fiets het op de juiste plaats op de weg? Laat uw kind eens vanuit zo’n onbekende omgeving zelf de route naar huis bepalen. Bespreek in het donker eens de fietsers die zonder licht rijden en kijk samen naar de verkeersborden welke u onderweg allemaal tegenkomt.

Natuurlijk hoeft u deze oefeningen niet dagelijks te doen. Gewoon gezellig samen naast elkaar wandelen of fietsen moet natuurlijk ook kunnen. Maar oefen wel structureel – bijvoorbeeld op vaste dagen in de week – zodat er wel vooruitgang geboekt kan worden.

Vergeet bij het bovenstaande echter niet dat kinderen geen kleine volwassenen zijn. Het zicht van kinderen is beperkter dat dan van u als volwassene. Ook is het voor kinderen lastig om te bepalen waar geluiden vandaan komen. Door hun lengte kunnen ze niet over obstakels heen kijken. Ze kunnen nog niet zo snel beslissingen nemen. Het inschatten van de snelheid van verkeer is iets dat een kind in de praktijk moet leren. Kinderen zijn ook spontaan en impulsief en vergeten soms de wereld om zich heen. Al kan uw kind nog zo goed oversteken, wanneer een bal de straat op rolt, kunnen alle geleerde regels spontaan worden vergeten.

Nog wat andere overpeinzingen:

  • Misschien ervaart u de schoolomgeving als druk en gevaarlijk. Realiseer dan wel dat wanneer u dit als excuus gebruikt om uw kind met de auto naar school te brengen, u bijdraagt aan deze drukte.
  • Naar school fietsen met uw kind vraagt wat meer tijd dan u gewend bent. Vertrek op tijd zodat er onderweg niet gehaast hoeft te worden.
  • Complimenten werken beter dan kritiek. Vertel uw kind vooral wat het goed doet.
  • Wanneer u lang wacht met uw kind aan het verkeer te laten deelnemen, ontneemt u uw kind de mogelijkheid om ervaring op te doen. Zonder deze ervaring wordt de kans op een ongeluk later alleen maar groter.

“Opgroeien is loslaten en er komt dan die dag dat je kind alleen of met een vriendje naar school fietst of loopt zonder jou. Doe dit op het moment dat je weet dat je kind er klaar voor is. Dat moment kan dus losstaan van het moment dat jij er zelf klaar voor bent. Op al die andere weggebruikers heb je helaas geen invloed. Dat heb je nu niet, maar ook niet over vijf jaar. Heb vertrouwen in je kind en geniet van deze nieuwe stap ‘zelfstandig naar school’.”

Zelfstandig